PlugPlug Hoge Venen: alleen maar hoog(s)tepunten

Zijn er in de Benelux mooiere plaatsen om te gravellen dan de Hoge Venen? Wellicht niet. Het krioelt er van de grindwegen. Auto’s kom je er amper tegen. De natuur is overweldigend.


PlugPlug Hoge Venen rijgt alle hoog(s)tepunten van de streek aan elkaar: De Botrange! De waterval van de Bayehon! De vallei van de Warche! De leegte van de Venen! Wow...

Veel zwaarder dan PlugPlug Hageland is deze route niet. Brede gravelwegen maken maar liefst 70 procent van het traject uit. Supersteil zijn die nooit. Vlak is het natuurlijk ook niet. De lange route telt alles bij elkaar genomen 1300 hoogtemeters. Op de korte kom je aan 900.


Op technische hoogstandjes hoef je niet te rekenen. In totaal kom je aan minder dan één kilometer met wortels of rotsen. Dit is een gravelroute, geen mountainbike trail. De meest technische stukjes lopen ook bergop. Door de trage snelheid is dat veiliger. Het gros van het asfalt ligt bergaf. Met een geveerde mountainbike kan je de route daarom misschien beter andersom doen.



Meteen de natuur in


Eupen verlaat je via een gravelweg. Twee kilometer verder steek je de Vesder over. Een wildrooster geeft aan dat je het terrein van herten en everzwijnen betreedt. Welkom in de natuur!

In de eerste tien kilometer krijg je al heel wat types gravel voorgeschoteld: smallere wegen met wat grotere keien, goed aangereden tweesporenbanen, platgewalste grinddreven. Auto’s zul je hier niet snel tegenkomen. Een warme jas van rust en stilte omhult je.


Na een bruggetje over de Soor krijg je een lastige asfaltklim door een prachtig loofbos voor de wielen. Ook de tussenstukjes op asfalt zijn op deze route van een ontluisterende schoonheid...



Verrassing! De Hoge Venen!


Eens boven wordt er precies een gordijntje voor je opengetrokken. Tadaam! De Hoge Venen! Een grindweg schampt kilometerslang langs de Fagne des Deux Series. Het enige geluid? De wind door de bomen en het knarsen van het grind.


Iedere keer weer word je hier verrast. De ene keer blinken eenzame sparren in de zon. De andere keer hangt er een mysterieuze mist. Maar wat een zicht!

Let wel op bij de oversteek van de Soor. Het is verleidelijk om door het riviertje te splashen. Om natte voeten te vermijden, opteer je bij winterse waterstanden misschien toch best voor het bruggetje.



Constant op en af


Na die eerste veenpassage komen twee korte stukjes die wat minder op maat van gravel grinders zijn. Vlak voor de oversteek van de N672 ligt een moddergevoelig paadje van 200 meter. Na het afbrokkelende asfalt door de Fermes en Fagne volgt nog een wortelpaadje van 350 meter. Onthoud dat je in Wallonië niet mag fietsen op single tracks, tenzij ze op een mountainbike route liggen. Hier stap je dus best even af. De boswachter dankt je.

Op papier lijkt het tussen kilometer 25 en 45 redelijk vlak. In de praktijk gaat het constant op en af. Veel van die knikjes zouden in de Ronde van Vlaanderen meetellen voor het bergklassement. Mispak je dus niet aan het hoogteprofiel.

Pas ook op voor de duik naar Bévercé. De afdaling van de Côte du Ferme Libert heeft stukken tot min 20%. Dit lijkt gevaarlijk, maar in vergelijking met de halsbrekende touren van de downhillers op de springbergen naast je stelt het weinig voor.



De Warche en de Bayehon


Je bent nu ongeveer halverwege. Voor je ligt de vallei van de Warche. Vrachtwagens van de lokale gravelfabriek hebben het grind er tot een modderbrij vermalen. Bosbouwers lieten daar dikke tractorsporen in achter. Even doorduwen dus.


Wat volgt, is die korte opoffering meer dan waard. Kilometerslang volg je het klotsende en kolkende riviertje. Op sommige plaatsen is de vallei zo diep uitgesneden, dat het bijna een canyon is. Op de smalle dalbodem moet je een paar keer van kant verspringen. Splash of bruggetje? Dat is de vraag.

Hoe hoger je komt, hoe hobbeliger het wegdek. De laatste 500 meter zijn fietsbaar, maar afstappen is ook geen schande. De beloning is alvast rijkelijk. Plots sta je aan de waterval van de Bayehon. Opnieuw: wat een zicht!



Botrange beklimmen en afdalen


Langs het bruisende water ben je in negen kilometer 200 hoogtemeters geklommen. De top van de Botrange ligt nog eens zes kilometer verder en 150 meter hoger. Ongetwijfeld is dit één van de langste offroadbeklimmingen van België. Vergeet niet om helemaal op de top het trapje te beklimmen. Oostende ligt daar precies 700 meter onder je.

Vanaf de Botrange heb je nog een dertigtal kilometer te gaan. Gelukkig staat de zwaartekracht nu grotendeels aan je kant. Eerst krijg je een paar wondermooie grindwegen dwars door de Fagne Wallone voorgeschoteld. Daarna daal je af in de magistrale vallei van de Hill. Veel mooier wordt het in ons landje niet. In koor: wat een zicht!


Zurück nach Eupen


Een lange afdaling op een klein asfaltbaantje brengt je vervolgens tot aan de stuwdam van de Weser. Daar duik je nog een laatste keer de speeltuin in. Langs een paar kronkelende gravelafdalingen bereik je na een paar uur natuur het centrum van Eupen.


Starten en aankomen in de hoofdstad van de Duitstalige gemeenschap heeft heel wat voordelen. Door laag te beginnen, zitten de meeste hoogtemeters in het begin van de route. Je bent ook snel terug op de snelweg of op de trein. En – niet onbelangrijk - zelfs in coronatijden vind je er bij aankomst nog een frisse pint of dampende koffie. Stap gewoon in je besmeurde lycra de lokale bakker of kruidenier binnen. Die zal je in het Duits begroeten en denken: wat een zicht!


Bemachtig de rit


Ga terug naar de routepagina


Fotoreeks: