Rondje Valkenburg: Klimmen en dalen in schoonheid


Op het kaartje lijkt het alsof er een bord spaghetti is gemorst, maar geloof ons vrij: na uitgebreide verkenningen en uren turen op kaarten is dit parcours één lange aaneenschakeling van fietsvriendelijke wegen langs de allermooiste plekjes van de Voerstreek, het Land van Herve en Nederlands Limburg.


Bemachtig hier het routepakket of lees verder onder de foto.

De hoogteprofielen zijn wel redelijk helder. Zelfs voor klimgeiten is dit een zware onderneming. Om aan 3300 hoogtemeters op 200 kilometer te geraken, is je weinig rust gegund. Het is Rondje Vesdervallei niet, maar toch stort je boven quasi altijd meteen weer de dieperik in. Terug beneden loopt de weg onmiddellijk weer op. Dat herhaalt zich vijfendertig keer. Goed indelen is dus de boodschap.

Je beklimt een aantal klassiekers uit de Amstel Gold Race, maar duikt vooral verborgen parels op. Klimmetjes als Birven, Schophemerheide of Rullen-Brabant hebben geen wielergeschiedenis, maar zijn daarom niet minder mooi. Wel integendeel.

Ook de liefhebbers van meanderende afdalingen mogen zich trouwens verheugen op een vijfdubbel zevengangengangenmenu. In Nederland hebben die allemaal een perfect wegdek. Maar ook in Vlaanderen en Wallonië weten we de grootste kraterlandschappen vakkundig te vermijden.

We geven ook nog eens de garantie dat elke meter bergop wordt beloond met een uitzicht om u tegen te zeggen. De natuurpracht in deze regio is fenomenaal. De Voerstreek en Nederlands-Limburg kenmerken zich door een schitterend lappendeken van bossen en weides. Het Land van Herve is dan weer uniek door z’n open landschappen met sublieme vergezichten. Door constant van de ene naar de andere streek te springen, zal je je geen seconde vervelen. Beloofd!



Naar het Vierlandenpunt


De eerste kilometers zijn zeker niet de zwaarste. Het uitgebreide overzicht van de hellingen in het roadbook leert je dat je meteen na de start twee lange lopers voor de wielen krijgt met een maximale stijgingsgraad van acht procent. Ideaal op wat warm te draaien!

Klim nummer drie is al andere koek. De kans dat de naam Berwausau een belletje doet rinkelen lijkt me klein, maar dat is helemaal onterecht. Ook na de top blijft het perfecte asfaltlintje nog een hele tijd in panorama-modus. Moest deze helling in de Vlaamse Ardennen liggen, was het een bedevaartsoord voor wielertoeristen.

Klim nummer vijf is ook een schoontje. In alle rust en stilte klauter je vanaf de poepgelei-fabriek omhoog langs de steilwand die de Berwinne in het krijt achterliet. Op de top kijk je uit over een enorm, natuurlijk amfitheater met plaats voor duizenden fruitbomen en koeien. In één woord: wow!

Ook de volgende klim mag er zijn. Niet voor niets heet die de Kasteelstraat. Een prachtige asfaltweg verbindt het Kasteel van Sinnich met het Kasteel van Beusdael. In iets meer dan een kilometer overbrug je bijna 100 hoogtemeters. Zou dit de mooiste col van Vlaanderen kunnen zijn? Ook de afdaling in Wallonië mag er trouwens zijn…

Helling nummer acht leidt je vanuit Wallonië voor het eerst Nederland in. De Côte des Trois Frontières is minder gekend dan de Nederlandse route naar het Drielandenpunt, maar zeker niet minder mooi. Meer dan twee kilometer klimmen aan gemiddeld vijf en maximaal zeven procent. Een beetje zoals de lopers uit Rondje Hoei dus. Wist je trouwens dat dit ooit een Vierlandenpunt was?



Een kwartet kuitenkillers


Wanneer je Nederland binnenrijdt, schiet de leuze van Johan Cruijff te binnen. Elk nadeel heb ze voordeel. Voordeel is dat de wegen doorgaans van (nog) betere kwaliteit zijn dan die in België. Nadeel is dat het op die wegen een pak drukker is.

Nadeel is misschien ook dat je een ander type helling krijgt voorgeschoteld. Eerst nog een paar lopers zoals de Epenerbaan en de Schweiberg, maar daarna een kwaadaardig kwartet van korte, krachtige klauterpartijen. Zorg dus dat je in de eerste helft van de rit genoeg energie en tandjes overhoudt. Of neem af en toe je tijd om op adem te komen.

De hellingen waar het om gaat hebben een naam als een klok. De Kruisberg, de Gulpenerberg, de Keutenberg en de Eyserbosweg zijn allemaal bekend uit de finale van de Amstel Gold Race. In gedachten ben je Mathieu van der Poel of Wout Van Aert. Je zit met de beste benen ooit, maar moet nog even inhouden. Blegny is inderdaad nog ver.

Na dat kwartet kuitenkillers wordt de route wel wat gemakkelijker. Op de lange route zet je langs de Cauberg en de Bemelerberg koers richting Voerstreek. Hellingen met WK-historiek, maar je stalen, aluminium of carbon ros zal er niet van gaan steigeren. Ook daarna blijft het constant glooien over fantastische krinkelkronkelwegen.



De finale


In de Voerstreek zijn de hellingen naar Vlaamse normen erg lang, maar nooit supersteil. Vaak begin je beneden tussen de koeien en eindig je boven in het bos. De klim door het Magnebos is daar een goed voorbeeld van. Eerst fiets je door een dal langs wat vakwerkhuizen. Pas in het bos tikken de percentages de tien procent aan. Op de top: het hoogste punt van Vlaanderen. De volle 287 meter boven het strand van Oostende. Een trapje om aan de 300 meter te geraken is er jammer genoeg niet…

Terug het Land van Herve in dan. De schoonheid van de streek grijpt je bij de keel. Omdat er hier amper bossen zijn, kan je gigantisch ver kijken. Dat levert een paar spectaculaire uitzichten op. Neem bijvoorbeeld de klim naar Les Waides. Via een boerenbaantje met percentages boven de 15 percent bereik je het hoogste punt van de streek. Voor laaglanders als ons lijkt het op de top echt alsof de halve wereld aan je voeten ligt.

Na Les Waides kalmeert het parcours terug een beetje. In het roadbook staan nog twee klimmetjes vermeld, maar die zouden je geen angst meer mogen inboezemen. Extra gas geven? Of toch maar rustig binnenrijden? Blegny is niet zo ver meer…

Terug bij de start maak je het bilan van de dag op. Vijfendertig hellingen. Vijfendertig keer zwoegen en zweten. Maar ook vijfendertig keer heerlijk naar beneden. En dan ook nog eens vijfendertig keer een fenomenaal panorama. Als fietser voel je je hier een kind op de kermis. Papa, wanneer mag ik nog eens?


Tekst: Nick Schuermans

Foto’s: Dirk Rodts

Bemachtig hier het routepakket