Rondje Doyenne: Adembenemende Ardennen


Deze wegrit brengt je langs de scherprechters van Luik-Bastenaken-Luik: de Redoute, de Rosier, de Stockeu, de Wanne en de Roche aux Faucons. Toch is het zeker geen kopie van de wielerklassieker. Terwijl de koers vaak kiest voor drukke steenwegen, zoekt dit Rondje autoluwe baantjes op. Geen razende vrachtwagens en brullende motoren daar, maar rust en stilte. In de Ardennen doen niet alleen de beklimmingen happen naar lucht. Ook de natuur is adembenemend. Bemachtig nu Rondje Doyenne of lees verder onder de foto.

Let wel: zowel de korte als de lange route zijn niet van de poes. Vlakke tussenstukken zijn zeldzaam. Gemiddeld klim je per kilometer 20 meter. Zo kom je aan 1300 hoogtemeters op 64 kilometer en 3000 hoogtemeters op 150 kilometer. Die hoogtemeters haal je op een mengeling van steile gedrochten à la Rondje Vesdervallei en lange gezapige klimmen à la Rondje Hoei.

Wie de finale van Luik-Bastenaken-Luik al eens fietste, weet dat de coureurs heel wat N-wegen voorgeschoteld krijgen. Voor een profpeloton is dat ideaal. Sportdirecteurs geraken bij hun renners. De kans op valpartijen is klein. Maar voor wielertoeristen zijn die brede banen zonder fietspad of moordstrookje geen feest. Wie zwoegt er nu graag tussen uitlaatgassen van camions en caravans als er wat verder een rustig asfaltbaantje ligt?

Rondje Doyenne is dus een lastige, maar prachtige route die de mooiste wegen tussen Luik en Vielsalm meepikt. Met heel wat hellingen die je kuiten kietelen en even veel afdalingen die je buik doen kriebelen. En dat allemaal in die adembenemende Ardennen!



Het ongelijk van Criquielion


Heel lang hoef je niet te wachten om je klimbenen te testen. Een kilometer na de start leidt de gps je de Ourthevallei uit. Een mooi asfaltbaantje kronkelt in een paar trapjes uit het dal. Ideaal om op te warmen.

De Chambralles is andere koek. Toen die klim eind jaren ’80 opdook tussen Bastenaken en Luik, deed Claude Criquielion het af als “een goede hobbel, de moeite niet om over te spreken”. Zo strooide hij tegenstanders met minder parcourskennis zand in de ogen. Anderhalve kilometer aan bijna tien procent. Dit is echt wel een pittig ding!

Opmerkelijk is dat er na de Chambralles amper een afdaling volgt. Op een golvende weg fiets je naar het kasteel van Harzé. Daar begint de Côte de Havelange. De voet van die helling ligt praktisch op dezelfde hoogte als de top van de Chambralles. Langs twee haarspeldbochten klim je verder naar het Ardense plateau. Veel auto’s ben je wellicht nog niet tegengekomen...



Voorwiel en tong


Op de lange route trek je nu de echte Ardennen in. Kolkende riviertjes snijden diep in het landschap. Maar in plaats van het water stroomafwaarts te volgen, stuurt de parcoursbouwer je van de ene naar de andere vallei.

De kwaliteit van het asfalt is zoals het Belgische weer: wisselvallig. Gelukkig wordt elke hobbelige klim beloond met een vergezicht dat direct in een toeristische brochure kan. Op dit deel van de route zijn de hellingsgraden gematigd. Extra tijd dus om rond te kijken en te genieten!

Les Hézalles is de uitzondering. Ook deze klim pronkte ooit op het parcours van La Doyenne. Op meer dan honderd kilometer van de aankomst bracht het stuk aan 23% zelfs profs in verlegenheid. Wie achterom durft kijken, krijgt een fantastisch uitzicht op Trois-Ponts cadeau. De kans dat je op deze muur enkel je voorwiel en je tong te zien krijgt is groot...



Côte of Col?


Vanaf Grand-Halleux volgt de route in grote lijnen het parcours van de profkoers. Eerst de Côte de Wanne. Dan de Stockeu. Net zoals in de koers beklim je die laatste niet helemaal tot de top. Aan het monument ter ere van de Kannibaal daal je terug af naar Stavelot. Ondanks de steile klim lever je hier dus geen Merckxiaanse prestatie. Een blik op zijn erelijst noopt sowieso tot nederigheid.

Normaal volgt dan de Haute Levée, maar de parcoursbouwer verkiest de Côte d’Amermont. Veel racewagens zal je op dit boerenbaantje niet tegenkomen. Aan de voet hang je wel schuin in een kombocht van het oude circuit van Francorchamps.

Na een fantastische afdaling volgt dan de Rosier. Wat een fenomenale klim! Op perfect asfalt kronkel je eerst omhoog tussen de naaldbomen. Vanaf Andrimont maken de bossen plaats voor weergaloze panorama’s. Côte of col? De meningen zijn verdeeld. Maar als er één klim in België het predicaat col verdient, dan is het wel de Rosier. Dames en heren: de Col du Rosier.



Ouf!


Op het hoogteprofiel lijkt de Redoute de volgende hindernis van betekenis. Maar vergis je niet! Tussen Rosier en Remouchamps gaat het – grotendeels op kleine baantjes - constant op en af.

La Redoute bulkt uiteraard van de wielerhistorie. Toch blijft vooral de titanenstrijd tussen Vandenbroucke en Bartoli bij. In 1999 kroonde VDB zich veertig kilometer voor de streep in Ans al tot morele winnaar. Rijd jij met dezelfde panache omhoog? Of is het vet stilaan van de soep?

Na wat knikjes is de heerlijke afdaling naar de Ourthe welverdiend. Als sluitstuk komt wel nog de Roche aux Faucons. Met een grote “ouf” puf je over de top. Kraai daar nog niet victorie, want na een korte afdaling volgt nog een lange uitloper. Gelukkig biedt het pijltje naar het uitzichtspunt het ideale excuus om even halt te houden bij één van de allermooiste panorama’s van België.

Terug in het dal heb je de keuze tussen café, restaurant, frituur of ijssalon om de calorieën terug aan te vullen. Het zicht op de kabbelende Ourthe werkt rustgevend. Op weg naar zee volgt het water de weg van de minste weerstand. Waarom verkiezen wij dan het tegenovergestelde? Omdat de weg van de meeste weerstand geplaveid is met de roes van de inspanning? Omdat we ons graag een dagje profwielrenner voelen? Of omdat de wereld er van boven gewoon mooier uit ziet dan van beneden? Alvast drie goede redenen om aan Rondje Doyenne te beginnen!


Bemachtig nu de rit


Tekst: Nick Schuermans

Foto's: Pieter Stockmans en Nick Schuermans

Nog meer foto's: Zie de Strava van Pieter