PlugPlug Eifel: Gravel- en sneeuwpret

Sneeuwfietsen begint vaak met een weersvoorspelling: een heel weekend sneeuw en temperaturen onder 0 in het oosten. Dan weet je: magische taferelen, fietsen in het midden van een sprookje. Maar sprookjes bevatten vaak ook strijd. En die strijd zou Pieter Stockmans aangaan, met een sneeuwstorm en het noodlot, in het prachtige Duitse Nationaal Park Eifel. Hij waagde zich aan PlugPlug Eifel in de sneeuw. Geniet mee van zijn verslag en foto’s!

De Duitse Eifel ligt maar juist over de grens. In mei en augustus mocht ik met De Parcoursbouwer de Eifel al ervaren in de lente en de zomer, als fietsfotograaf tijdens zijn verkenning voor PlugPlug Eifel. Maar nu zouden de bossen, valleien en velden vast en zeker bedekt zijn onder een wit laagje.

PlugPlug Eifel is zonder sneeuw best al een zware route. En nu was er zelfs een sneeuwstorm voorspeld. Maar dat kon me niet afschrikken. Integendeel. Hachelijke ondernemingen vat ik aan, juist omdát ze me afschrikken. Omdat ik weet dat de ultieme schoonheid daar verborgen zit, buiten de comfortzone.

Mijn hoofd vat dan een plan op, en duwt mijn lichaam in de richting van het punt waar terugkeren onmogelijk wordt. Winterkledij aangetrokken, fiets in de auto geladen, in Mützenich aangekomen, op de fiets gesprongen, de pedalen beginnen ronddraaien en de sneeuw onder de banden voelen knisperen. Dan ben je vertrokken en denk je: ‘Ja, dit was een goed idee!’

Gravel = grenzen opzoeken

Mützenich is een Duits dorpje op 584 meter hoogte, op amper 16 kilometer van Eupen aan de andere kant van de Hoge Venen. Zo dichtbij ligt de poort tot de Eifel. Het dorp is een Duitse exclave: het is volledig omringd door Belgisch grondgebied. Aan de ene kant liggen de Belgische Hoge Venen, aan de andere kant een bijzonder Belgisch stukje van de Vennbahn.

Deze oude spoorweg is vandaag een fietspad. En tussen Mützenich en de andere Duitse stad Monschau is énkel dat fietspad Belgisch grondgebied. Een rariteit uit de tijd na de Eerste Wereldoorlog, toen Duitsland het huidige Oost-België aan België moest afstaan. Mützenich bleef bij Duitsland, maar België wilde de controle over de spoorweg behouden. Tot vandaag is enkel de spoorweg, dat nu dus een fietspad is, Belgisch grondgebied. Je merkt er natuurlijk niks van, tenzij je op de kaart kijkt. Maar het is een leuke rariteit om over te fietsen.

Schimmen en drakentanden


Eerst klom ik naar de top van de Steling, een heuvel waarvan de top op 658 meter hoogte juist over de Duitse grens ligt. De mist zorgde voor een eendimensionale wereld: ik verdween in een witte muur, in de uitgestrekte vennen en dennenbossen. Hier en daar bewogen schimmen van bomen en de occasionele wandelaar zich naar me toe. Hoe zou een wereld in zwart-wit eruit zien? Zo, dus.


Na de Steling ging de route 25 kilometer hoofdzakelijk in dalende lijn. Via de Vennbahn dook ik het Tiefenbachtal in, waar ik een tweede rariteit vond, dit keer uit de Tweede Wereldoorlog. Een kilometerslange lijn van witte sneeuwpiramiden door de velden: de betonnen tankversperringen of ‘drakentanden’ van de Westwall. Dat was een Duitse verdedigingslinie die Hitler liet bouwen van de Nederlandse grens bij Nijmegen tot de Zwitserse grens bij Basel.

Hier, op dit punt, rijd je met de fiets door deze lijn die ooit de tanks van de geallieerden moest tegenhouden. Ooit een militaire verminking van het landschap, vandaag overgroeid en heroverd door de prachtige natuur van het Tiefenbachtal. Met wat verbeelding is het bijna een mysterieus kunstwerk.


Wit gordijn

Hoe lager in het dal, hoe minder sneeuw er lag. In het witte laagje verschenen steeds meer groene plekjes tot het hele landschap weer groengrijs was.

Maar toen gaf de sneeuwstorm zijn eerste prik en bestrooide heuvelflanken vol dennen met witte vlokken. Van moeder natuur mocht ik getuige zijn van de transformatie van het landschap. Van grijsgroen naar spierwit op amper 10 minuten. De neerdwarrelende vlokken gaven de takken witte contouren, bedekten de bladeren op de paden onder sneeuw.

De volgende 20 kilometer reed ik dwars door het witte gordijn. 10 kilometers gingen in stijgende lijn, waarvan een paar kilometer met stukken tot 20 procent hellingsgraad. Met volledig door sneeuwvlokken bedekte brillenglazen en ontelbare ijspegeltjes die de huid van mijn gezicht doorpriemden, vatte ik de zware, prachtige beklimming door het bos aan.



Gravellen, glibberen en glijden

Bovenkomen op de kale, uitgestrekte hoogvlakte gaf een ongelooflijk gevoel van opluchting. Plots geen heuvelflanken meer links en rechts: ik stond op het dak. Hier werden de paden uitdagender. Het waren meer aardewegen dan grindwegen, en onder het witte poeder schuilde modder. Het land was nog vochtig, nog niet diepgevroren. Ook de afdalingen, naar het dal van de Höddelbach over draaiende, kerende en kronkelende aardewegen helemaal om een geïsoleerd stukje bos in de velden heen, waren vaak een hachelijke onderneming van glibberen en glijden.

Op de flanken torende een groep windmolens, reuzen, hoog boven me uit. Ik was Don Quichote die zijn waanzinnige strijd aanging. Mijn fiets was het paard, mijn benen de lans. En net zoals Don Quichote zich liet begeesteren door het waanbeeld van windmolens als reuzen die hij de baas dacht te kunnen, net zoals hij ten val kwam met zijn lans in de wieken, gleed mijn fiets onderuit. Ik had me laten verleiden tot de snelheid die ik op deze passages haalde in de lente en de zomer. Gelukkig zonder veel erg, en mijn alertheid was aangescherpt.


Afscheid van PlugPlug Eifel


Na de volgende steile beklimming uit het dal, en de afdaling door het bos het volgende dal in, keek ik even op mijn gps-toestel. Ik was in Ettelscheid, had nog maar 45 kilometer gefietst en was al 4 uur onderweg. Dat ik in het donker terug in Mützenich zou aankomen, had ik al ingecalculeerd. Maar de sneeuwstorm was weer opgestoken en ik moest er bij mezelf wat realiteitszin in hameren: kort je rit in.

Ik liet het hele stuk naar en rond de Oleftalsperre aan me voorbijgaan. Dat deed pijn. De veldwegen door golvende landschappen, de mooie grindbeklimmingen met uitgestrekte vergezichten en de panorama’s over het stuwmeer, het bospad dat vanaf de weg rond het stuwmeer steil door het bos de weilanden intrekt: ik was er in de zomer, en ze zouden waarschijnlijk fabuleus mooi zijn onder het witte deken. Maar ik was er geen getuige van.


De grote baan die ik nam, was een stevige beklimming. Ik sloot weer aan op een redelijk moeilijk deel van de route: een volgende zware beklimming, door de velden deze keer, naar Berescheid. Hier kwam ik boven op een volgende hoogvlakte, een golvende leegte tot aan de verste horizonten. Enkel het zwart van de paden sneed het wit doormidden. De afdaling naar het dal dook aan 16% naar beneden, over sneeuw. Een constante evenwichtsoefening.

In de zomer al, na de zondvloed van juli 2021, maakten de diepe erosiegeulen in de grindpaden van de afdalingen riskante ondernemingen. Het water had toen veel dikke keien en stenen meegesleurd. Ook al hadden de efficiënte Duitsers op verschillende plekken nieuw grind gestort in de geërodeerde putten, toch vreesde ik dat er nog erosiegeulen en keien onder de sneeuw verborgen lagen. Best vermoeiend.

Er volgde een minder steile afdaling. Dit was weer een oefening in zelfbeheersing: weerstaan aan de verleiding tot snelheid. Bovendien ging deze weg door zo’n mooie boskathedraal met reusachtige bomen, riviertjes en rotsen, dat bovenop de verleiding tot snelheid nog eens de verleiding tot het aanschouwen van het natuurschoon kwam. Maar op dat moment mocht mijn enige focus de ondergrond onder mijn banden zijn.



Het overlevingsinstinct


Beneden draaide het bospad linksaf. Daar begon mijn favoriete beklimming van PlugPlug Eifel: de Schrauffweg. Zes scherpe haarspeldbochten en heel geleidelijk klimmen gedurende 4 kilometer. Maar uitgerekend hier, en juist toen ik volledig in de mentale zone van het genieten van het afzien kwam, begon mijn fiets aan het voorwiel te wankelen. Platte band.

Sprookjes bevatten vaak ook strijd. En de echte strijd kon nu beginnen. Natte handschoenen. Onophoudelijke sneeuwval. Gure wind. Koud. Doorweekt. Verkleumd. Wielen vol sneeuw en modder. En dan een band moeten vervangen. Het leek me geen goed idee om lang stil te staan.


Bovendien stond ik voor een ander ogenschijnlijk onoplosbaar probleem. Ik reed deze route van de Parcoursbouwer met een geleende gravelfiets van… de Parcoursbouwer. Die fiets heeft schijfremmen, en ik had geen inbussleutel op zak om de steekas uit het voorwiel te halen. Daar stond ik dan, met nog 25 kilometer te gaan tot aan mijn wagen. Ik zag geen enkele oplossing.

Dan kan je twee dingen doen: wanhopen en panikeren. Of daadkrachtig zijn en handelen. Want uit de hachelijke situatie geraken, moet je sowieso. Dus begon ik gewoon te stappen, zonder de oplossing te kennen. Op zo’n momenten moet je jezelf uit de eerste nood helpen, richting een iets veiligere omgeving. Uit het bos, naar de hoofdweg, waar zich misschien iets meer opties zouden aandienen. De noodzaak om jezelf simpelweg voort te bewegen, is op dat moment de enige zekerheid. Gewoon je lichaam in beweging zetten, zonder doel. Spijtig genoeg moest ik daarom weer een stuk van de route afknippen. Ik moest mijn overlevingsinstinct volgen in plaats van de route, die nog op prachtige plekken in de wildernis zou komen (inclusief een fenomenaal, lichtjes dalend roetsjbaan-gedeelte van 14 kilometer). Maar ik was op zoek naar de uitweg, naar een of andere verharde hoofdweg.



Deus ex machina


Op de top van de beklimming die eindeloos had geduurd, zag ik licht. Een teken van menselijke aanwezigheid. En waar mensen zijn, is mogelijk ook hulp. Ik klopte op de garagepoort van wat leek op een magazijn, in het bos. Het bleken plaatselijke houthakkers te zijn.


"Je fietst hier, nu? Waarom doe je dat?", vroeg één van hen. Hij kon niet begrijpen dat ik zoiets deed. Toegegeven, ik moet bij mezelf ook peilen naar mijn diepe beweegredenen om zoiets te doen. "Omdat het bos op deze momenten een magische plek is", antwoordde ik. "Magisch? Het is lelijk nu. In de lente en de zomer, dan is het hier prachtig."


De houthakker zag de sprookjeswereld niet, die nochtans zijn dagelijkse werkomgeving was. Maar een verkleumde fietser in nood heette hij wel welkom in de herberg: ik kon een inbussleutel lenen en bij een warme houtkachel rustig mijn band vervangen.

Ik heb het al zo vaak meegemaakt, dat er, in momenten van nood, toch een oplossing uit de lucht komt vallen. Als een deus ex machina. Geheel toevallig is dat natuurlijk nooit. Ik moet er vaak nog even voor verder ploeteren, zoeken, denken, handelen,... Om de uitweg te vinden. Maar er is altijd licht aan het einde van de tunnel, zolang je maar blijft geloven dat je er kan geraken.

Ingesneeuwd

De duisternis was inmiddels ingetreden en de sneeuwstorm was nog heviger geworden. De strijd ging verder, tegen de elementen, tegen mijn eigen gedachten over waarom ik hier in godsnaam mee begonnen was. Mijn zicht was uiterst beperkt door de sneeuwvlokken op mijn brillenglazen, de wegen raakten stilaan volledig ondergesneeuwd met verse sneeuw, de steile afdaling naar Monschau was ronduit gevaarlijk.

Mijn banden maakten de allereerste sporen in dat maagdelijke sneeuwdek, tot ik op een bepaald moment recht vóór de sneeuwruimer uitreed. De laatste 4 kilometer van Monschau tot Mützenich, een steile beklimming door totaal ingesneeuwde dorpen, leken eindeloos lang te duren. In Mützenich herkende ik de straat niet meer waar ik mijn auto geparkeerd had. Zoveel verse sneeuw was er sinds die ochtend bij gevallen. Waanzin, zouden sommigen zeggen. Op de moeilijkste momenten zou ik hen misschien gelijk geven. Maar het besef dat je ergens totaal geïsoleerd bent op een uniek moment, en dat je het voorrecht hebt om die plek juist op dat moment in al die eenzame schoonheid te mogen aanschouwen, dat maakt al het afzien meer dan de moeite waard.


Als ik nooit aan zulke avonturen zou beginnen, zou ik de ongemakken nooit moeten doorstaan. Maar beproevingen zijn volgens mij de toegangspoort tot de mysterieuze schoonheid van de natuur die buiten de mensen om bestaat. No pain, no gain. Buiten de comfortzone ligt de echte schoonheid die zin geeft aan het leven.

Meer foto’s van deze rit en Pieter Stockmans’ volgende ritten? Volg zijn fietsavonturen op Instagram en Strava


De volledige route zelf eens fietsen? Alle info vind je op de routepagina van PlugPlug Eifel. Of bekijk het overzicht van al onze fietsroutes.