De Antwerpse Kasseiklassieker: Kei-plezant!

Kasseien als voorgerecht. Kasseien als hoofdgerecht. En kasseien als dessert. Misschien niet iets om elke week te doen, maar één keer per jaar moet zo’n driegangenmenu toch kunnen?

Bemachtig nu de gpx van de Antwerpse Kasseiklassieker of lees verder onder de foto.

De meeste fietsers uit Antwerpen kiezen voor de jaagpaden langs de Schelde, de Rupel of de Nete. Door op zoek te gaan naar kasseistroken verlaat je de gebaande paden en kom je op plekjes waar je anders niet komt. De rimboe van de Hobokense Polder bijvoorbeeld. Of de rust van het Schoonselhof.

Op minder dan honderd kilometer telt de lange route maar liefst 25 kasseistroken. Goed voor 20 kilometer gedokker, gerammel, gemopper en gesakker. Het lokale bos van Wallers hebben we op onze verkenningstochten niet gevonden, maar toch zal je echt wel in de sfeer van de Helleklassieker komen. Dikwijls ligt er een gootje of een fietspaadje langs de keien, maar echte Flandriens trotseren uiteraard de stenen zelf.

Schroef je bidonhouders dus maar goed vast. Laat wat druk van je bandjes. Maak dat je kinderwens vervuld is. En stop je endeldarm nog eens goed op z'n plaats. Want hier is - roffelroffel - de Antwerpse Kasseiklassieker!



Het voorgerecht


Door te starten op Linkeroever heb je op geen enkel moment het gevoel dat je in een zelfverklaarde metropool vertrekt. Het fietspad langs de Schelde bolt bijzonder goed. Met de wind in de rug hoef je amper te trappen. Eén verkeerslicht verder ben je de stad helemaal uit.

Na vijf kilometer loopt je wekker echter af. Tussen de snelweg en het industriegebied vecht een idyllisch kasseiwegje tegen de oprukkende verstedelijking. In Parijs-Roubaix zou dit wellicht een twee- of driesterrenstrook zijn, maar in onze startgids krijgt de Boskouter vier sterren. Echte martelstroken hoef je in deze regio dus niet te verwachten. Toch liggen de kasseien er doorgaans ook niet bij als de oprit van de doorsnee fermette.

In de polders van Kruibeke lijkt de stad plots heel ver weg. De prehistorische kasseiwegen die er vroeger lagen, hebben bij de aanleg van het overstromingsgebied allemaal een betonstrookje gekregen. Of hoe de klimaatopwarming ook een negatieve impact heeft op de Antwerpse Kasseiklassieker…



Het hoofdgerecht


Na Temse is het tijd voor de plat de résistance. Rond Hingene rijgt de route de kasseistroken in sneltempo aan elkaar. Bijna zeven kilometer kasseien in minder dan vijftien kilometer. Het echte Parijs-Roubaix gevoel!

Een paar van die stroken doen elke rechtgeaarde kasseiliefhebber likkebaarden. Neem bijvoorbeeld de Notelaardreef. Op gladde kinderkopjes trek je een streep dwars door het moeras naar de Schelde.

Twee kilometer verder krijg je de Nattenhaasdonk voor de wielen. De keien liggen er veel hoekiger en puntiger bij, maar ook hier kronkel je door het groen. Waar zijn al die jaagpadtrappers plots gebleven?

Op de Kleine Hinckstraat lopen de kasseien zowaar lichtjes bergop. Met de daver op het lijf krijg je tussen de fruitbomen door wel een mooi zicht op het Kasteel van d’Ursel cadeau.

De Schoonaardestraat dan. Een kilometer lang kaduke keien, gemengd met stukjes boomwortel. Klaag je ondertussen steen en been over de kapriolen van de Parcoursbouwer? Of ben je je als een volleerde Monsieur of Madame Anvers-Roubaix aan het amuseren?



Het tussengerecht


Na dit copieuze feestmaal krijg je heel even de tijd om te bekomen. Vanaf Klein-Willebroek volgt de route een tijdje de boorden van de Rupel. Een rivier van slechts twaalf kilometers lang, maar over de ganse lengte meer dan vijftig meter breed! Tijdens de Antwerpse Kasseiklassieker omsingel je ze helemaal, zonder haar tussen bron en monding over te steken. Hoe kan dat?

Vanaf Rumst wurmt de route zich door de Zuidrand van Antwerpen. Toch volgt het traject bijna gans de tijd kleine boerenbaantjes, hier en daar afgewisseld met wat secteurs pavés. De meeste stroken zijn erg kort. Enkel de Reepkenslei in Kontich is wat langer.

Je krijgt hier ook twee strookjes dolomiet voor de wielen. Maar geen paniek. Deze route blijft het best met de koersfiets te doen. Vergeet niet dat asfalt nog steeds 75% van het parcours uitmaakt. Al die hippe gravelaars mogen op de tussenstukjes zwoegen om je wiel te houden.



Het dessert


De Hobokense Polder is wellicht de mooiste, maar ook de zwaarste strook van de dag. Bovenop een meanderende dijk fiets je dwars door de wildernis. Naast de kasseien ligt een klein paadje. Wie overal voor de afbrokkelende stenen opteert, krijgt de prijs van de volharding.

Na een minuutje pauze langs de Schelde duik je de stadsjungle in. De gps stuurt je langs de kinderkopjes van de Petroleumkaai, de Naftaweg en de Olieweg. Hoe die aan hun naam gekomen zijn, kun je ruiken.



De pousse-café


Langs de majestueuze Schelde stoom je de stad in. Tijd voor een biertje op de kaaien? Of pik je nog liever wat kasseien in de binnenstad mee?

Jammer genoeg geen velodroom als aankomstplaats. Om terug bij start te geraken, zijn er twee opties. De voetgangerstunnel moet je ooit eens genomen hebben. Maar ook de veerboot is geen slecht idee.


Tijdens het wachten krijg je wat tijd om je dag te overpeinzen. Eén keer zo’n kasseienrit en dan nooit meer? Of vond je dit hemels en trek je uit pure kasseiliefde toch eens naar de echte Hel? Pure zelfkasseiding? Of kei-plezant? Dat is de vraag!


Overtuigd? Bemachtig dan nu de rit Antwerpse Kasseiklassieker .


Tekst: Nick Schuermans

Beeld: Pieter Stockmans en Nick Schuermans